4 december 2017

Toekomstbestendig beleid voor de woonzorgcentra in Vlaanderen

 

De woonzorgcentra in Vlaanderen staan mee in het middelpunt van grote maatschappelijke veranderingen zoals vergrijzing en (super-)diversiteit. De Vlaamse regering keurde vrijdag 1 december 2017 de conceptnota goed waarmee Vlaanderen de krijtlijnen trekt voor de toekomst van de residentiële ouderenzorg. De conceptnota lijst concrete actiepunten op en houdt een protocolakkoord in waarin met de sector duidelijke, wederzijdse engagementen worden afgesproken.

De opdracht en de doelgroep van het woonzorgcentrum verschuiven onder invloed van medische ontwikkelingen, de toenemende intensiteit en complexiteit van de zorg- en ondersteuningsvragen, het maatschappelijke draagvlak voor thuiszorg en de uitbreiding van de mogelijkheden ter ondersteuning van de mantelzorg. Het profiel van de cliënten van de woonzorgcentra is in de loop der jaren gewijzigd: hun zorgzwaarte is toegenomen en hun verblijfsduur is korter geworden. Vanaf de leeftijd van 80 jaar stijgt de vraag naar een woongelegenheid in een woonzorgcentrum.
Het zijn maar enkele redenen waarom Vlaanderen aangewezen is om de rol van het woonzorgcentrum in het snel veranderende welzijns- en zorglandschap op de nieuwe evoluties en uitdagingen af te stemmen.

Protocolakkoord voor beschikbare, toegankelijke en kwaliteitsvolle woonzorgcentra
De Vlaamse Regering en de koepels van de residentiële ouderenzorg hebben de ambitie om een protocolakkoord te sluiten waarin ze zich tot 2025 gezamenlijk engageren om een kwaliteitsvolle, toegankelijke en beschikbare residentiële ouderenzorg uit te bouwen.
Meer zorgende handen voor de toenemende zorgzwaarte, uitbreiding van het aanbod, kwaliteit optimaliseren, dagprijsreglementering evalueren, financiële en bestuurlijke transparantie en de invoering van persoonsvolgende financiering zijn belangrijke actiepunten die neergeschreven staan in de conceptnota ‘Residentiële ouderenzorg, een échte thuis voor kwetsbare personen. Een stevige uitdaging voor de samenleving én zorgaanbieders’.

De conceptnota en het bijhorende protocol plaatsen de residentiële ouderenzorg in een internationaal perspectief, documenteren de huidige en toekomstige financiering van de woonzorgcentra en meten de uitdagingen op waar de sector voor staat. Het woonzorgcentrum wordt daarbij beschouwd als een onmisbare schakel in het geheel van woon-, leef- en zorgvormen voor zorg- en ondersteuningsafhankelijke personen.

De speerpunten voor een duurzaam residentieel ouderenzorgbeleid worden in detail toegelicht en gekoppeld aan diverse acties.

Top 6 van actiepunten
1.    Meer helpende handen voor de toenemende zorgzwaarte van de bewoners
Voor de bewoners van woonzorgcentra met een hoge graad van zorgbehoefte, wordt de financiering van de zorgzwaarte stapsgewijze op het niveau gebracht van de financiering van een erkend rust- en verzorgingstehuis.

In 2016 en 2017 werd hiervoor reeds jaarlijks 11 miljoen euro uitgetrokken. In 2018 wordt hiervoor nog eens 11 miljoen en in 2019 22 miljoen gereserveerd. In totaal betekent dit 6.130 bijkomende RVT-erkenningen.

Bij de start van elke legislatuur zal de Vlaamse Regering een meerjarenraming opstellen voor de programmering die nodig is als gevolg van de toename van het noodzakelijke woonzorgaanbod en de aangroei van de zorgzwaarte van de bewoners van de woonzorgcentra. De raming gebeurt op basis van een analyse van de evolutie van de zorgnoden en houdt rekening met de budgettaire marges.
Zo kan een klassiek woonzorgcentrum afhankelijk van het zorgzwaarteprofiel van de bewoner bijkomend tussen de 2,75 en 4,85 VTE tewerkstellen.

2.    Uitbreiding van het aanbod
Reeds in 2015 besliste de Vlaamse regering om een stappenplan uit te werken voor de jaarlijkse aangroei van woongelegenheden in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf. Voor de periode van 2015 en 2019 werd het aantal te erkennen woongelegenheden bepaald en toegewezen op 9.802.

Jaartal    Max aantal te erkennen woongelegenheden WZC en centra kortverblijf                       
2015       2.348    2.348   
2016       3.287    5.635   
2017       1.389    7.024   
2018       1.389    8.413   
2019       1.389    9.802   
2020       1.389    11.191   
2021       1.389    12.580   
2022       1.389    13.969   
2023       1.389    15.358   
2024       1.389    15.358   
2025       1.389    18.136   
Totaal      18.136       

De Vlaamse regering gaat de modaliteiten bepalen op basis waarvan in deze legislatuur de erkenningskalender volledig ingevuld wordt tot 2025 (zijnde 8.334 woongelegenheden vanaf 2020).

3.    Kwalitatieve zorg en ondersteuning ondersteunen en optimaliseren
De woonzorgcentra zullen ondersteund worden via diverse projecten op vlak van palliatieve zorg en levenseindezorg, het ethisch verantwoord zorgbeleid, cultuursensitieve zorg en preventieve zorgverlening.

Het Vlaams Instituut voor Kwaliteit van Zorg (VIKZ) volgt de kwaliteitsindicatoren voor de woonzorgcentra op en past ze, waar nodig, aan. Bijkomende kwaliteitsrichtlijnen kunnen eveneens ontwikkeld worden. De voorwaarden en de modaliteiten voor de certificering van de woonzorgcentra worden in samenspraak met de sector bepaald. Tevens komt er een kwaliteitskader over kwaliteit van leven voor personen met dementie.

ICT wordt slim ingezet om ondersteunings- en zorgprocessen bruikbaar te maken, zodat meer tijd vrijkomt voor persoonlijk contact met de bewoners.

4.    Dagprijsprijsreglementering optimaliseren
De evolutie van de dagprijzen wordt opgevolgd en de huidige dagprijsreglementering wordt geëvalueerd. In overleg met de sector wordt de haalbaarheid van een dagprijsgarantie onderzocht. Deze kan aan de kandidaat bewoner de zekerheid geven dat de aangerekende dagprijs onveranderd blijft. De periode van deze prijsstabiliteit en de voorwaarden voor een mogelijke dagprijsaanpassing worden met de sector overeengekomen.

5.    Bestuurlijke transparantie en financiële weerbaarheid
Garanties en maatregelen op vlak van bestuur en financiële weerbaarheid worden met de sector afgesproken.
Ook wordt een transparante, sectorspecifieke boekhouding ingevoerd met een leesbaar onderscheid tussen woon-, leef- en zorgkost. Dit alles met het oog op een transparante regeling voor de persoonlijke bijdrage van de cliënt.

6.    Van instellingsfinanciering naar persoonsvolgende financiering
De persoonsvolgende financiering wordt stapsgewijze in de residentiële ouderenzorg ingevoerd. Voor de inhoudelijke en technische uitvoering ervan wordt verwezen naar het decreet Vlaamse sociale bescherming.
Het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (tegemoetkoming zorgverzekering) en het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood (tegemoetkoming hulp aan bejaarden) zijn de instrumenten bij uitstek voor de betaalbaarheid van de residentiële ouderenzorg.

Woonzorg is meer dan basiszorg
Door de vergrijzing van de bevolking en de daarmee samengaande stijgende zorgzwaarte kunnen de antwoorden op de zorgvraag van de Vlaamse senioren niet beperkt blijven tot het klakkeloos vermenigvuldigen van de antwoorden uit het verleden. Om een passend antwoord te bieden, wordt een integraal (domeinoverschrijdend) beleid gevoerd, waarbinnen ook de  ouderen in een kwetsbare positie ondersteuning krijgen.

Jo Vandeurzen: “Woonzorgcentra bieden veiligheid en geborgenheid wanneer de zelfzorg ontoereikend is en mantelzorg de complexe en intensieve zorg niet meer (volledig) kan bieden. Zij worden door de samenleving uitdrukkelijk gemandateerd om deze rol en opdracht kwaliteitsvol te vervullen. Om deze maatschappelijk belangrijke rol ook in de toekomst goed uit te kunnen voeren is er een passend, anticiperend en duurzaam beleid nodig. De conceptnota beoogt hier een antwoord op te bieden.”

>> De conceptnota wordt nu voor advies aan de SAR, SERV en Vlaamse ouderenraad voorgelegd.

 

Volg mij ook via

Volg mij op Flickr

Agenda

dinsdag, 19 december 2017
dinsdag, 19 december 2017