11 maart 2014

Zorg om zorg blijft nodig

 

De nota ‘Werk maken van werk in de zorgsector’ werd in mei 2010 goedgekeurd door de regering en heeft als doel maatregelen te ontwikkelen om de dreigende gap tussen vraag en aanbod van zorgverleners in de toekomst te verkleinen, zowel qua aantal als qua profiel. De campagne ‘Een zorgjob ik ga ervoor’ draait momenteel op volle toeren en via objectief en wetenschappelijk onderzoek willen we nakijken of de resultaten voldoende zijn. 

Het onderzoek bevat 3 luiken. 

Ten eerste werden de afgestudeerden in de diverse zorgopleidingen in beeld gebracht tot 2014, zowel in het regulier als in het niet-regulier onderwijs. Voor de toekomst wordt de instroom verder geprojecteerd rekening houdend met de demografie, de hoge aantrekkingskracht van de opleidingen en het slaagpercentage. 

Fig. 1. Evolutie afgestudeerden zorgberoep, Vlaamse Gemeenschap (Netto cijfers, realisaties: 2000-2014, hoge scenario’s: 2015-2059)

Ten tweede werd voor de zorgvraag de arbeidsmarkt geanalyseerd, eveneens tot 2014, en dan verder in beeld gebracht rekening houdend met de huidige mix van beroepskrachten, de toenemende vergrijzing van de bevolking, de toenemende pensioneringsgolf bij de beroepsbeoefenaars, de arbeidsduurverkorting, het aantal opnames en de ligduur in de ziekenhuizen, woonzorgcentra. Deze analyse werd gedaan voor verpleegkundigen, zorgkundigen, verzorgenden, begeleiders in de kinderopvang, kinesisten en opvoeders

Qua zorgomgevingen werd de focus gelegd op ziekenhuizen, woonzorgcentra, thuiszorg, kinderopvang en voorzieningen voor mensen met een beperking. 

De evolutie in de werkgelegenheid wordt weergegeven in onderstaande grafiek. (De oranje lijn geeft de werkgelegenheid incl. de dienstencheques weer. ) 

Ten derde werd het aanbod vergeleken met de toekomstige vraag. Uit deze analyse blijkt dat tot 2020 de gap nagenoeg gesloten is maar dat bijkomende beleidsmaatregelen nodig zijn om in de toekomst vraag en aanbod in evenwicht te houden. 

In onderstaande grafieken wordt de relatie tussen vraag en aanbod weergegeven, er van uitgaande dat volgende parameters ongewijzigd blijven

 

  • de interesse in het specifieke zorgberoep;
  • de verhouding deeltijdse en voltijdse arbeid;
  • de kwalificatiemix in de voorzieningen;
  • de pensioenleeftijd. 

 

 

 

 

 

 

 

*De tewerkstelling voor opvoeders is veel breder dan hier in beeld wordt gebracht. De grafiek is volledigheidshalve toegevoegd, maar gaat alleen uit van een gelijkblijvende vraag in de voorzieningen voor personen met een beperking. Opvoeders zullen in de toekomst echter ook meer extramuraal worden ingezet, en werken bijvoorbeeld ook in de sector van de bijzondere jeugdzorg.

Bespreking

 

  • De instroom in zorgopleidingen zit op een historisch hoogtepunt. De vraag is of we dit ritme van groei kunnen volhouden, zelfs op korte termijn.
  • De groei in de zorg- en welzijnssector die de afgelopen jaren is verwezenlijkt, is mede mogelijk gemaakt door deze gestegen instroom in de zorgopleidingen.
  • De interesse voor de zorgopleidingen zal in de verdere toekomst aangewakkerd moeten blijven worden en zoveel mogelijk worden gestuurd. Het onderwijs zal moeten inzetten op breed algemeen vormende zorgopleidingen zodat zorgverleners breed inzetbaar zijn. Er zijn voldoende mensen die graag in zorg of welzijn werken, maar die kiezen voor beroepen met minder tewerkstellingsmogelijkheden.
  • Bijzondere aandacht moet blijven gaan naar de zij-instromers, want zonder hen zouden we het nooit gered hebben. Alleen teren op de interesse van de 18 jarigen is onvoldoende. Immers, 1/3e van de studenten verpleegkunde zijn zij-instromers en voor de verzorgende beroepen neemt het niet-regulier onderwijs continu toe aan belang.
  • Hier dient zeker ook vermeld te worden dat de VDAB substantiële inspanningen heeft gedaan door de oprichting van de servicepunten zorg en dat verdere inspanningen vanuit de VDAB absoluut noodzakelijk zullen blijven.
  • De komende 5 jaar moeten we gebruiken om verder te gaan op de ingeslagen weg: werken aan zorgorganisatie, aan de vermaatschappelijking van de zorg, en aan de reorganisatie van het opleidingslandschap.

 

Een geïntegreerd beleid zal verder noodzakelijk zijn. 

De komende 5 jaar zullen dus moeten gebruikt worden om verder te werken op het hertekenen van de zorgorganisatie. De zoekconferentie heeft hier een duidelijke aanzet toegegeven. Volgende items zijn toen naar boven gekomen en verdienen in het licht van de studie verder de volle aandacht van het beleid in de komende jaren.

  1. Uitbouwen van de niet-residentiële zorg
  2. Verder inzetten op de vermaatschappelijking van de zorg door zelfzorg en informele zorg verder te stimuleren
  3. Een aangepast personeelsbeleid, leeftijdsbewust en in functie van deeltijds of voltijds werken. Het wegwerken van onvrijwillige deeltijdse arbeid en het inzetten op fulltime arbeid, eventueel in gecombineerde jobs voor hen die willen; en deeltijdse arbeid in functie van een goede combinatie met het gezin. 
  4. Verder inzetten op het sensibilseren van etnisch culturele minderheden om ook te gaan voor jobs in zorg of welzijn, zodat we in de toekomst kunnen rekenen op meer cultuurcompetente beroepsbeoefenaars.
  5. De zorgorganisatie verder reorganiseren, met aandacht voor ontschotting en voor inzet van alle (niveaus van) competenties op de juiste plaats.

Besluit.

  • We zien een duidelijk onderscheid tussen de resultaten op kortere termijn (tot 2020- 2025) en op lange termijn (tot 2060). 
  • De essentiële outcome van de studie is dat momenteel de kloof zo goed als gedicht is, maar dat zelfs indien we de hoge instroom aanhouden, er zich vanaf 2025 een nieuwe en toenemende kloof zal aftekenen tussen vraag en aanbod, die zich voornamelijk situeert bij de zorgkundigen en verpleegkundigen. 
  • Blijven verder werken op de instroom in zorgberoepen is dus aan de orde, in combinatie met een geïntegreerd beleid dat bij elke maatregel rekening houdt met de toekomstige schaarste aan manpower. 
  • Zorg en welzijn blijft zich evenwel aandienen als sector van de toekomst qua tewerkstelling. 
  • De campagne Ik ga ervoorblijft ervoor gaan. 

 

Lees de volledige studie.

 
 

Volg mij ook via

Volg mij op Flickr