29 maart 2018

Vlaanderen investeert €20 miljoen extra voor meer plaatsen in betaalbare en leefbare kinderopvang

 

Met een budget van 20,4 miljoen bijkomende subsidies maakt de Vlaamse Regering verder werk van voldoende, betaalbare opvangplaatsen voor ouders en van de leefbaarheid van de kinderopvang voor de organisatoren. Specifieke aandacht gaat naar de toegankelijkheid van kinderopvang door budget te voorzien voor plaatsen die zich richten op kwetsbare kinderen en op flexibele kinderopvang.

Kinderopvang maakt het mee mogelijk dat ouders aan het maatschappelijk leven kunnen participeren. Baby’s en peuters worden er begeleid in een cruciale fase van hun ontwikkeling. Daarom werd met het Decreet Kinderopvang van Baby’s en Peuters een ambitieus beleid op de sporen gezet. Enerzijds was het de ambitie om met het nieuwe decreet meer kinderopvangplaatsen te creëren die kwaliteitsvol en betaalbaar zijn voor ouders. Anderzijds worden ook de inspanningen op het gebied van leefbaarheid voor de organisatoren van de kinderopvang verhoogd door aan meer plaatsen de basissubsidie te geven.

Wat is er sinds de start van dit decreet gerealiseerd?

  • Er zijn 2.400 plaatsen met een vergunning bijgekomen. Dit brengt het totaal op ongeveer 95.000 vergunde plaatsen voor Vlaanderen en Brussel
  • Het aantal plaatsen zonder subsidies (trap 0) is gedaald van 16% naar 11%
  • Het aantal plaatsen met een basissubsidie (trap 1) is gestegen van 13% naar 15%
  • Het aantal plaatsen waar ouders inkomenstarief betalen (trap 2) is gestegen van 72,7% naar 75%

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “De Vlaamse Regering wil verdergaan op het elan van een betaalbare en leefbare kinderopvang en voorziet daarom in 2018 voor meer dan 20 miljoen euro aan extra investeringen.”

Meer plaatsen, meer subsidie, meer flexibiliteit
Er komen nieuwe opvangplaatsen bij waar ouders volgens hun inkomen betalen. Daarnaast kunnen bestaande opvangplaatsen omschakelen naar een hogere trap in het subsidiesysteem:

  • 3.214 plaatsen groepsopvang zonder subsidie (trap 0) kunnen de basissubsidie (trap 1) krijgen. Zowel bestaande als nieuwe plaatsen komen hiervoor in aanmerking. Hiervoor is een budget van 2,5 miljoen euro voorzien.
  • Iets meer dan 11 miljoen euro is beschikbaar voor 1.499 bijkomende plaatsen met inkomenstarief (trap 2). Het gaat zowel om nieuwe plaatsen als om bestaande plaatsen die kunnen omschakelen.

Bijzondere aandacht gaat naar het ondersteunen van kwetsbare gezinnen voor wie kinderopvang een belangrijke hefboom is voor hun maatschappelijke integratie. 170.000 euro wordt ingezet om 250 extra opvangplaatsen van een plussubsidie (trap 3) te voorzien.

Ook het aanbod van flexibele opvang wordt versterkt, zodat het voor ouders makkelijker wordt om opvang te vinden op atypische uren of om opvang te vinden als de instap dringend is, bijvoorbeeld omdat de ouder plots werk gevonden heeft. Hiervoor wordt 5,7 miljoen euro ingezet. De regelgeving hiertoe wordt uitgewerkt.

Aandacht voor de lokale context
Ook in de toekomst zullen organisatoren kunnen rekenen op inhoudelijke ondersteuning, zodat ze verder kunnen werken aan een stabiele en kwaliteitsvolle kinderopvang. Dit zal gebeuren via een bundeling van de krachten van de bestaande ondersteuningsinitiatieven in een geïntegreerd, sterker aanbod. Hiervoor is 0,8 miljoen extra voorzien.

Nieuw bij de uitbreiding van de plaatsen voor inkomenstarief is dat lokale besturen de kans krijgen om op basis van cijfers, vaak verzameld via hun lokaal loket, aan te tonen dat de specifieke situatie in hun gemeente meer plaatsen met inkomenstarief behoeft dan berekend in de programmatie.

Kind en Gezin zal deze week de oproep lanceren voor het omschakelen van plaatsen zonder subsidie naar plaatsen met de basissubsidie. Later dit jaar volgen de oproepen voor de andere acties.

 

Volg mij ook via

Volg mij op Flickr