20 juni 2017

Verdere perspectieven in de uitvoering van de Persoonsvolgende financiering

 

De doelstelling om de persoonsvolgende financiering als een volwaardig systeem in te voeren wordt gerealiseerd. De persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap vergroot de garantie op zorg met een persoonsvolgend budget (voor wie zwaardere ondersteuning nodig heeft) of op rechtstreeks toegankelijke hulp (voor wie beperkte ondersteuning nodig heeft) en legt de regie van die ondersteuning bij de gebruiker. Het budget dat de gebruiker ontvangt voor het inkopen van zorg en ondersteuning is afgestemd op de vraag van de gebruiker en niet langer op het toevallig beschikbaar aanbod van voorziening en diensten.  Dit biedt meer zorggarantie, wat ook tegemoetkomt aan de vraag van personen die thuis ondersteund worden. In eerste instantie is bij de omzetting naar het nieuwe systeem uitgegaan van zorgcontinuïteit. Nu wordt een stap verder gezet.
 
24.090 meerderjarigen met een handicap beschikten op 31 mei jl. over een persoonsvolgend budget. Sinds begin dit jaar ontvingen bijkomend al 692 meerderjarigen met een handicap een persoonsvolgend budget.
 
Wegwerken historische ongelijkheid in twee fases, tussen 2018 en 2022
Bij de omzetting naar het nieuwe systeem van de persoonsvolgende financiering kan iedereen die via een voorziening al ondersteuning kreeg verder op zijn zorg en ondersteuning bij deze voorziening rekenen. Deze keuze voor zorggarantie in de transitie was ingegeven door het feit dat er soms grote, moeilijk te duiden verschillen tussen de voorzieningen ontstonden bij de controle op de inschalingsoefening van vorig jaar. Die inschalingsoefening gebeurde om de zorg en ondersteuning van de huidige gebruikers om te zetten naar het nieuwe persoonsvolgende systeem. Als op basis daarvan de vertaling van aanbod naar vraagsturing gebeurd zou zijn zou het niet mogelijk zijn geweest om iedereen die al zorg in natura kreeg, de garantie te geven dat die zorg geboden kon blijven. Tegelijkertijd werd daardoor ook de historisch ongelijke financiering tussen de voorzieningen vertaald in de budgetten van diegenen die al ondersteuning kregen. Op basis van deze vaststelling vroeg de Vlaamse regering aan de Taskforce persoonsvolgende financiering, bestaande uit alle stakeholders (werkgevers, werknemers, gebruikers- en bijstandsorganisaties, verwijzers), om een voorstel van aanpak uit te werken dat de historische verschillen kon wegwerken. Dit voorstel werd besproken in de schoot van de Vlaamse regering.
 
Er zal in twee fases te werk gegaan worden om de historisch gegroeide verschillen maximaal weg te werken.

  1. In 2018: In de eerste fase zullen de budgetten verhoogd worden van die gebruikers die in voorzieningen verblijven en voor wie uit de inschattingen blijkt dat ze niet hetzelfde bedrag ontvangen als andere cliënten met dezelfde zorgnood. In deze fase komt er een oplossing voor wie de kloof het grootste blijkt – in die zin dat hun budget lager uitvalt. Op basis van de inschattingen zal het VAPH deze situaties nader onderzoeken en beslissen om een verhoogd budget toe te kennen. De betrokken cliënten zullen vanaf 1 juli 2018 direct over dat verhoogd budget kunnen beschikken. Bovenop de middelen die door de sociale partners ingezet zullen worden vanuit de taks shift zal ook de Vlaamse overheid hiervoor een budgettaire inspanning leveren. Voor de Vlaamse Regering betreft dit een onderdeel van het sociale akkoord dat thans wordt onderhandeld en past het in de aanpak van de werkdruk.
  2. Tegen 2022: De tweede fase loopt van 2019 tot 2022 en geldt voor alle cliënten die zorg- en ondersteuning genieten van voor de introductie van de persoonsvolgende financiering. In die periode zullen alle gebruikers die een budgetinschaling gekregen hebben door de omslag van aanbod- naar vraagfinanciering ingeschaald worden door speciaal daartoe opgeleide professionals. Zij evalueren voor elke cliënt de zorgzwaarte en het zorggebruik. Op basis van de resultaten zullen de budgetten worden bijgesteld. Belangrijk hierbij is het engagement van de voorzieningen om het principe te handhaven van de garantie op continuïteit van de ondersteuning, ook als na de inschaling iemands budget verlaagt en diens vraag gelijk blijft. Vervolgens zullen ook de budgetten van alle overige gebruikers aan een geschat tempo van 5.000 cliënten per jaar mee worden opgenomen.

Garantie 7/7 ondersteuning
De Vlaamse Regering stemt ook in met het voorstel van de Taskforce om een oplossing uit te werken ter ondersteuning van voornamelijk oudere mantelzorgers. Zij gingen ervan uit dat ze in het oude, gesubsidieerde systeem de garantie hadden om probleemloos te kunnen overgaan naar voltijdse opvang vanaf de dag dat zijzelf geen opvang meer konden bieden. Zij wensten daarom garantie op continuïteit van deze mogelijkheid. Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen kondigde al aan dat voor de gebruikers die nu reeds 5 dagen op 7 zeer intense vormen van woonondersteuning gebruiken hun ondersteuning 7 dagen op 7 gewaarborgd blijft.
 
Deze maatregelen zullen nu in regelgeving uitgewerkt worden.

 

Volg mij ook via

Volg mij op Flickr