24 maart 2013

Samen verantwoordelijk voor geestelijke gezondheidszorg

 

Het assisenproces van Kim De Gelder laat niemand onberoerd. We leven uiteraard in eerste instantie mee met de slachtoffers en hun familie, maar sinds het proces zijn mijn gedachten ook bij alle mensen die lijden aan een ernstige psychische stoornis en bij hun familieleden. 

Want wat roept het proces en de media-aandacht op bij ouders die al jarenlang met vallen en opstaan zorg dragen voor hun psychotische kind? Statistieken geven gelukkig aan dat het hebben van een psychose slechts zelden leidt tot de afschuwelijke daden die Kim De Gelder verricht heeft.

Ook treed ik graag de slotwoorden van de Gentse assisenhofvoorzitter bij: “In dit proces heeft de forensische psychiatrie een belangrijke invloed gehad, maar op dat vlak kan er in ons land nog veel verbeteren.” Een legistieke omkadering van gerechtspsychiaters en -psychologen, het erkennen van een opleiding in forensische psychiatrie en het inbouwen van klinische observatieperiodes van de dader zoals in Nederland zijn mogelijke bouwstenen voor een betere forensisch psychiatrische verslaggeving. Momenteel bekijken mijn federale collega’s van Justitie en Volksgezondheid in nauw overleg met de Gemeenschappen op welke manier de wet op internering van 2007 in werking kan gesteld worden. Dit zou een belangrijke stap vooruit zijn!

In 2010 schreef ik in de beleidsbrief geestelijke gezondheidszorg: “Ons land wordt internationaal geroemd om zijn medische zorg, maar als het over geestelijke gezondheid(szorg) gaat, kunnen we beter. (…) Er is te weinig kennis om aan een vroege detectie en een snelle interventie van psychische problemen te doen. Mensen met psychische problemen stuiten op wachtlijsten. Dit is een pijnlijke vaststelling, vooral nu studies al een tijdje uitwijzen dat één op vier Belgen ooit in zijn leven met psychische problemen kampt.”

Intussen is er een weg afgelegd. Sinds 2010 werken alle bevoegde ministers voor Volksgezondheid aan een gestroomlijnde samenwerking tussen de ambulante en de residentiële geestelijke gezondheidszorg. Dit gebeurt in overleg met alle sectoren die een vindplaats zijn voor mensen met psychische problemen: de welzijnssector, de eerstelijnsgezondheidszorg, de thuiszorg… Eén van de concrete resultaten is dat mensen in een acute psychische crisis sneller een beroep kunnen doen op mobiele teams die zorg aan huis verlenen. De vervolgzorg kan, indien nodig, snel aansluiten. 

Vlaanderen heeft de laatste jaren meer aandacht voor preventie, vroegdetectie en vroeginterventie van psychische problemen. Zo keurde het Vlaams Parlement een nieuw actieplan suïcidepreventie goed dat het hoge suïcidecijfer in Vlaanderen tegen 2020 met 20% terug moet terugdringen. De implementatie van eerstelijnsspsychologische functies bij de huisarts en lokale sociale centra moet gericht bijdragen tot een snelle detectie en een vroege interventie van psychische problemen. Er bestaan nu ook teams die via zorg aan huis jongeren opsporen met een beginnende psychose en hen motiveren tot een gepaste behandeling. Ondertussen gaan we met de sector aan de slag om ook in de geestelijke gezondheidszorg kwaliteit en outcome transparant te monitoren. 

De realisatie van een familieplatform voor familieleden van mensen met psychiatrische problemen en van een Vlaams patiëntenplatform voor geestelijke gezondheid verplicht het beleid en de sector om rekening te houden met patiënten- en familieverenigingen als partners in de zorg. De werking van het beeldvormingproject geestelijke gezondheid Vlaanderen helpt mensen om psychische problemen bespreekbaar te maken en psychische ziektes te destigmatiseren. Ik ben ook blij met de realisatie van het buddyproject Vlaanderen waar vrijwilligers zich belangeloos inzetten voor mensen die lange tijd in de psychiatrie verbleven hebben. Ze helpen hen om zich opnieuw en gemakkelijker te integreren in de samenleving.

Bovenstaande illustreert dat velen -professionelen en vrijwilligers- werk maken van een betere geestelijke gezondheidszorg, maar dat we er nog lang niet zijn. Dat maakt het proces De Gelder ons pijnlijk duidelijk. Beleidsmakers en mensen die professioneel of individueel te maken hebben met psychische ziektes beseffen meer dan ooit dat een betere geestelijke gezondheidszorg en een betere preventie bijdragen tot een warmere samenleving. Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid en die moeten we blijven nemen.

Jo Vandeurzen

Vlaams minister van Welzijn, volksgezondheid en Gezin

 

Meer over geestelijke gezondheidszorg vindt u hier