9 juli 2013

Rapport Pers en Slachtoffers

 

Vlaams minister van Media Ingrid Lieten en minister van Welzijn Jo Vandeurzen stelden vanmiddag het onderzoek ‘Pers en Slachtoffers’ voor in het bijzijn van verschillende hoofdredacteurs van de geschreven en audiovisuele pers, Filip Voets van de Raad voor de Journalistiek en Ludo Serrien van het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk. Uit het onderzoek komen heel wat aanbevelingen voort. “Maatschappelijk gezien moet het respect voor het slachtoffer en zijn omgeving even groot zijn als het respect voor de journalist die zijn werk goed wil doen”, zeggen beide ministers. Ze vragen de verschillende betrokkenen dan ook de aanbevelingen ter harte te nemen en dit najaar met concrete suggesties te komen die de relatie tussen beiden ten goede komt. 

Beide ministers spraken elkaar al geruime tijd geleden over het gezamenlijk uitschrijven van een onderzoek naar pers en slachtoffers. Hoe berichten onze media in Vlaanderen over slachtoffers? Welke plaats neemt de Code van de Raad voor de Journalistiek in bij het tot stand komen van nieuwsberichten? KU Leuven en de Universiteit Antwerpen gingen op basis van een aantal concrete vragen aan de slag. Het onderzoek dat vandaag wordt voorgesteld, is een lijvig rapport met een hele reeks aanbevelingen waar zowel media als verenigingen of organisaties die slachtoffers vertegenwoordigen mee aan het werk kunnen. 

Het draagvlak voor zelfregulering is groot, zowel bij de geïnterviewde slachtoffers als bij journalisten, zo stellen de onderzoekers. In het licht van bepaalde wettelijke garanties zoals het recht op informatie en persvrijheid, raden de onderzoekers een strengere wetgeving af. Toch achten ze enkele aanbevelingen en opmerkingen bij de huidige gang van zaken op hun plaats.

1. Discussie over en toepassen van beroepsethiek stimuleren

 

  • Bekendheid Raad voor de Journalistiek : verschillende slachtoffers merkten op dat ze eerder toevallig bij de Raad voor de Journalistiek terechtkwamen. Een groep van mensen weet dus wellicht niet dat de mogelijkheid bestaat om informatie te vragen en klacht neer te leggen. 
  • Verlagen drempel klachtenprocedure : voor personen die recent een trauma te verwerken kregen, kan de klachtenprocedure te complex, bureaucratisch of emotioneel taxerend lijken, waardoor ze ontmoedigd raken. Daarom kan men de periode waarbinnen klacht kan worden ingediend drastisch verlengen. 
  • Aanduiden van een verantwoordelijke redactionele ethiek : deze persoon bekleedt enerzijds een ombudsfunctie binnen een medium, waarbij hij kan optreden als aanspreekpunt voor het publiek en als kritische toezichthouder op het eigen medium. Anderzijds kan hij/zij ook a priori advies geven over hoe het ethische beleid praktisch toegepast kan worden. 

 

2. Preventie

  • Proactief slachtofferbeleid voor een optimale benadering, omgang en nazorg: respect naleven, de persoon die men benadert grondig informeren over zijn rechten, plichten en mogelijkheden achteraf, interviews laten nalezen etc.
  • Rol van bemiddelaars : uit de gesprekken bleek dat zowel journalisten als slachtoffers en nabestaanden te vinden zijn voor het inzetten van tussenpersonen bij de communicatie. De tussenpersonen zouden een opleiding moeten kunnen genieten. 

3. Consequenties onzorgvuldige journalistieke aanpak

  • Verplicht bekendmaken van de uitspraken van de Raad voor de Journalistiek: er is een draagvlak bij journalisten en slachtoffers/naasten om een uitspraak verplicht bekend te maken. Dat kan vandaag al, maar gebeurt in de praktijk niet vaak. Toch lijkt het de onderzoekers een goede optie: deontologische fouten worden immers ontmoedigd door het ongemak dat het publiceren ervan voor de betrokken journalist met zich meebrengt. Het vergroot ook de zichtbaarheid en de geloofwaardigheid van de Raad voor de Journalistiek bij de beroepsgroep en het publiek. 

4. Vorming en sensibilisering

  • Vorming werkende journalisten: hierop speelt het beleid concreet in. Nog dit najaar wordt in het aanbod van de opleidingen van de MediAcademie ook een aanbod media en ethiek voorzien. 
  • Sensibilisering en vorming binnen welzijnssector, hulpverleners en officiële instanties. 

De Raad voor Journalistiek en het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk gaven al een eerste reflectie op de aanbevelingen van de onderzoekers. Zo stelt de Raad vast dat de onderzoekers tot de bevinding komen dat de Vlaamse media doorgaans de anonimiteit van slachtoffers beschermen en dat ze in hun berichtgeving niet onnodig overdrijven. Onder journalisten is over het algemeen een sterk ethisch bewustzijn aanwezig en zowel bij journalisten als bij slachtoffers bestaat er een draagvlak voor journalistieke zelfregulering. Toch wordt er nog af en toe in de fout gegaan en kan de kwaliteit van de berichtgeving verbeteren. De Raad voor de Journalistiek wil daarom een positief gevolg geven aan de aanbevelingen. Daartoe zal de Raad volgende maatregelen nemen:

  • Met onmiddellijke ingang wordt de termijn om klacht in te dienen verdubbeld van één tot twee maanden.
  • Op korte termijn zal in samenspraak met de media een initiatief worden genomen om de uitspraken van de Raad beter bekend te maken en komt er ook een praktische folder over de werking van de Raad.
  • Op middellange termijn zal er gewerkt worden aan een praktische handleiding over de Raad en de bepalingen van de Code, en dit zowel voor slachtoffers als voor journalisten.
  • Op permanente basis zal de Raad, samen met de mediasector, zijn medewerking verlenen aan de opleiding en de permanente vorming van beroepsjournalisten inzake beroepsethiek.

Ook directeur Ludo Serrien van het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk gaf een eerste reactie op de aanbevelingen: “Wanneer hun verhaal – gevraagd of ongevraagd – in de media komt, moeten slachtoffers ondersteund kunnen worden door hulpverleners van de diensten slachtofferhulp (CAW), maar ook binnen politie en parket. De pers kan een stem geven aan slachtoffers, maar moet ook weten dat dit bij hen en hun omgeving heel wat kan losmaken.”

“Een slachtoffer van een ongeval of gewelddaad mag achteraf niet opnieuw slachtoffer worden van een onkiese communicatie of verslaggeving. Zowel een slachtoffer van een ongeval of gewelddaad als een journalist die verslag uitbrengt, hebben baat bij een goed evenwicht tussen nieuwswaarde en respect”, zegt minister Jo Vandeurzen. 

Tot slot

De aanwezige hoofdredacteuren, de Raad voor de Journalistiek en het Steunpunt CAW kregen vanmiddag het onderzoek mee naar huis. “Vandaag is een begin, geen eindpunt”, zo stellen beide ministers. “We roepen dan ook alle betrokken actoren op om later dit jaar verder overleg te organiseren. De studie en de aanbevelingen nopen in elk geval tot verder overleg, niet alleen met media en welzijn, maar ook met andere overheden, want zijdelings komen ook onderwijs, de federale wet over het statuut van beroepsjournalisten uit 1963, centrale overheidscoördinatie bij grote incidenten en (andere) mogelijke federale bevoegdheden van Binnenlandse zaken en Justitie binnen de scope van de aanbevelingen.”

“De impact van journalistiek werk kan groot zijn. Van journalisten en redacties wordt niet voor niets verwacht dat ze betrouwbare, correct weergegeven en geduide informatie geven over wat er in een samenleving leeft en gebeurt. Ook van die samenleving zelf moet ze een correcte afspiegeling weergeven. Bronnen dienen nauwkeurig gecontroleerd te worden. En zowel de personen over wie bericht wordt, als het publiek dienen gerespecteerd te worden”, zegt minister Ingrid Lieten.