20 januari 2017

Nieuwe Vlaamse kinderbijslag doet armoederisico dalen

 

Na het akkoord van de Vlaamse Regering over de hervorming van de kinderbijslag liet Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, een wetenschappelijk onderbouwde armoedetoets op het volledige pakket uitvoeren. De resultaten van het wetenschappelijke luik van deze armoedetoets zijn nu bekend.
 
Waarom een armoedetoets?
De kinderbijslag wordt beschouwd als een van de belangrijkste hefbomen om het armoederisico bij gezinnen omlaag te halen. De hervorming had van meet af aan de ambitie om als instrument tegen armoede en kinderarmoede te kunnen worden ingezet, naast het financieel ondersteunen van gezinnen in de kosten van de opvoeding.

De basisbedragen, alle sociale toeslagen en de participatietoeslagen werden in de berekeningen opgenomen. Het armoedereducerend karakter van de hervorming werd niet alleen getoetst voor de toekomstige gezinnen. Ook voor de gezinnen in het huidig systeem werd dit nagegaan omdat bepaalde aspecten van de hervorming ook op hen van toepassing zijn. Concreet gaat het om het toekennen van universele participatietoeslagen voor iedereen en om het toekennen van sociale toeslagen en versterkte selectieve participatietoeslagen voor gezinnen met beperkte inkomens.

Armoederisico: min 1 procentpunt
Uit de armoedetoets die nu werd uitgevoerd door de onderzoekseenheid Economie van de KULeuven blijkt dat het armoederisico zowel op kind- als op gezinsniveau significant daalt. Het gaat telkens om een daling van bijna 1 procentpunt (voor de gezinnen in het nieuwe systeem).

Om aan te geven wat de evolutie in procentpunten betekent, geven we in percentages weer wat het aandeel is van de gezinnen met een inkomen onder de armoedegrens, die door de hervorming over de grens getild worden.

  • Op kindniveau betekenen de dalingen van het armoederisico dat er bij de bestaande gezinnen 3% van de kinderen over de grens getild worden. Bij de nieuwe gezinnen gaat het om 10% van de kinderen.
  • Op gezinsniveau betekenen de dalingen van het armoederisico dat 6% van de bestaande gezinnen en 12% van de nieuwe gezinnen over de armoedegrens getild worden.

Armoedekloof verkleint
De armoedekloof berekent hoeveel (beschikbaar) inkomen een arm gezin bijkomend nodig heeft om tot aan de armoedegrens te komen (in euro per maand). We zien voor alle onderscheiden gezinstypes dat de armoedekloof significant verkleint.
Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “Nu kunnen we de hervorming van de kinderbijslag zoals hij door de Vlaamse Regering is goedgekeurd vanaf 2019 uitvoeren. Het armoederisico, voor alle kinderen en voor alle gezinnen in Vlaanderen, daalt hiermee duidelijk. Dat betekent dat we het inkomen van heel wat  meer gezinnen boven de armoedegrens tillen. Ook de armoedekloof verkleint. Met deze historische hervorming van de kinderbijslag, die we zorgzaam zullen doorvoeren, geven we de  jonge gezinnen in Vlaanderen een substantiële duw in de rug en helpen we alle gezinnen in de kosten die de opvoeding met zich mee brengt.”

Rechtvaardiger systeem
Het nieuwe kinderbijslagsysteem zorgt voor een extra herverdeling en vormt zo een rechtvaardiger systeem. De daling van de armoede is er niet enkel voor nieuwe gezinnen die, vanaf 1 januari 2019, onder het nieuwe systeem ressorteren. Ook bestaande gezinnen zullen dankzij deze hervorming minder armoederisico lopen.  Het gaat om gezinnen waarbij een of beide ouders werken met een inkomen dat iets lager is dan 30.000 euro en om gezinnen die een hogere schooltoelage zullen krijgen, de selectieve participatietoeslag.

Het geheel bestaat uit drie pijlers:

  1. een onvoorwaardelijk startbedrag en een basisbedrag
  2. selectieve en gezinsgemoduleerde toeslagen: de zorgtoeslag (wezen, personen met een handicap) en de sociale toeslag (inkomensafhankelijk en naar gezinsgrootte)
  3. universele en selectieve participatietoeslagen

Hoe werd de armoedetoets berekend?
De toets nam alle elementen van het nieuwe systeem in rekening, dus inclusief de versterkte selectieve participatietoeslagen.
Relevant is dat deze toets de armoedereductie niet alleen bekijkt voor de nieuwe gezinnen (die volledig in Groeipakket komen vanaf januari 2019), maar ook voor de bestaande gezinnen waarvoor de hervorming ook positieve gevolgen heeft. Basis van de studie zijn de steekproefgegevens van de SILC-enquête, maar de steekproef werd ‘gewogen’ t.o.v. de populatie gezinnen met kinderbijslag in Vlaanderen, zoals gekend bij de Kruispuntbank Sociale Zekerheid en bij FAMIFED.

Deze volledige armoedetoets houdt ook rekening met een verrekening van de overschrijdingen van de spilindex die de afgelopen jaren wel of niet werden toegekend.

Start in 2019
Voor de Vlaamse Regering bevestigt de toets dat het nieuwe systeem helpt om het armoederisico te laten dalen. De initiële en voorlopige cijfers die in mei 2016 bij de goedkeuring van het Groeipakket door de Vlaamse Regering werden gehanteerd worden door deze studie bevestigd.
De Vlaamse Regering zet de transitie van het systeem daarom overtuigd verder – met een geleidelijke opbouw van het volledige systeem – vanaf 2019. Het armoedereducerend karakter van de hervorming zal van bij de start voelbaar zijn.

>> Meer informatie vind je op www.kindengezin.be

BijlageGrootte
armoedetoets-rapport.pdf1.32 MB
 

Volg mij ook via

Volg mij op Flickr

Agenda