14 juli 2017

Jonge delictplegers: meer verantwoordelijk en meer kansen om het goed te maken

 

Jongeren die een delict plegen, moeten daar een heldere, snelle en constructieve reactie op krijgen. Ze worden meer aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid, kunnen zelf positieve voorstellen formuleren en krijgen ook kansen om de geleden materiële of relationele schade bij slachtoffers te herstellen. Reacties moeten ook voor jongeren voldoende duidelijk zijn en gesloten begeleiding moet zo veel mogelijk worden vermeden door nieuwe alternatieven.
Dat zijn de centrale uitgangspunten van het jeugddelinquentierecht dat Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin voorgelegd heeft aan de Vlaamse regering. Het voorontwerp van decreet daarover werd vrijdag principieel goedgekeurd.

Sinds de zesde staatshervorming is Vlaanderen bevoegd voor het bepalen van de reactie wanneer een jongere een delict pleegt. Het agentschap Jongerenwelzijn was het voorbije jaar trekker van het overleg met het werkveld, magistratuur, experts, ouderverenigingen en jongeren zelf om tot een breed gedragen visie te komen.
Die visie is nu vertaald in een voorontwerp van decreet dat Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, voorlegde aan de Vlaamse regering die het voor de eerste keer principieel heeft goedgekeurd. Er wordt nu advies ingewonnen bij diverse organen en er komt nog een overleg met de jeugdmagistraten. Als streefdatum voor de toepassing van de nieuwe regelgeving geldt 1 januari 2019.

Doelgroep: jongeren die delicten plegen
Het voorontwerp regelt de reacties op jongeren tussen 12 en 18 jaar die een delict plegen of ervan verdacht worden. Nieuw in het decreet is de maximumleeftijd, die komt nu op 23 jaar. Hierbij wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van jongeren. Met de jeugdhulp wordt beter afgestemd zodat ook jongvolwassenen na hun 18de verjaardag nog begeleid kunnen worden.

Om een idee te geven in cijfers: in 2016 waren er 2.341 jongeren die voor de jeugdrechter verschenen naar aanleiding van een jeugddelict. De groep van jongeren, onder een maatregel van de jeugdrechter, die in een verontrustende situatie leeft, is daarentegen vele malen groter. De voorbije jaren zijn de cijfers van jongeren die een delict pleegden overigens stelselmatig gedaald, een trend die samenliep met de algemene daling van de criminaliteitscijfers die ook in het buitenland werd vastgesteld. Uit de cijfers blijkt evenmin dat jongeren op een steeds jongere leeftijd feiten zouden plegen, zoals al eens – foutief – wordt beweerd. Het nieuwe beleid baseert zich op jeugdcriminologische inzichten en is wetenschappelijk onderbouwd.

Herstelgericht en slachtoffer op de voorgrond
In het nieuwe decreet worden jongeren nadrukkelijker beschouwd als mensen die verantwoordelijkheid dragen voor hun gedrag en de gevolgen daarvan. De  jongere moet zijn verantwoordelijkheid nemen voor de (materiële en/of relationele) schade die hij heeft toegebracht ten aanzien van het slachtoffer en de gemeenschap. Dit past in een herstelgerichte benadering, waarbij het slachtoffer centraal wordt gesteld.
De reactie moet duidelijk, normbevestigend, snel, constructief en herstelgericht zijn. Ouders en andere opvoedingsverantwoordelijken worden nu ook actiever en meer expliciet betrokken.
Minderjarige (vermoedelijke) delictplegers ondersteunen om zelf initiatief te nemen bij de invulling van het herstel van de schade krijgt een belangrijke plaats. Door zo te werken kunnen de jonge delictplegers laten zien dat ze fout waren, maar dat ze de schade willen herstellen en hun fout willen rechtzetten. Het slachtoffer krijgt hierdoor ook een prominente plaats in de reacties.

Positief project
Het openbaar ministerie en de jeugdrechtbanken krijgen nieuwe mogelijkheden om een reactie in te vullen. Daarbij gelden ook duidelijke rechtswaarborgen en wordt er uitgegaan van vermoeden van onschuld.

Op het niveau van het openbaar ministerie (parket) is dat: een waarschuwingsbrief, herinnering aan de wet, herstelbemiddeling, seponering met voorwaarden en het positief project (max 30 u).

Het positief project is een nieuwe reactie en doet een appel op de jonge dader om op een actieve en constructieve wijze zelf antwoorden te bieden. De minderjarige moet kunnen rekenen op de nodige begeleiding en ondersteuning, maar de mogelijkheid wordt voorzien dat de jongere zelf initiatief kan nemen. Het kan bijvoorbeeld gaan over het volgen van een begeleiding met betrekking tot een agressie- of verslavingsproblematiek, het omgaan met druk uit de omgeving, enzovoort.

Gesloten oriëntatie
Wanneer het openbaar ministerie het noodzakelijk vindt om de jeugdrechtbank in te schakelen, beschikt de jeugdrechter ook over een pallet aan mogelijkheden. Van het positieve project (max 60 uur tijdens voorlopige rechtspleging, max 220 uur tijdens definitieve rechtspleging), ambulante reactie, het opleggen van voorwaarden tot het plaatsen in een gesloten oriëntatie (max 1 maand, waarbij multidisciplinair wordt bekeken of (verdere) geslotenheid zinvol of wenselijk is) en beslissen tot een gesloten begeleiding in een gemeenschapsinstelling voor 3, 6 of 9 maanden. Hiernaast wordt ook voorzien in een aanbod van herstelbemiddeling en herstelgericht groepsoverleg.

De jeugdrechter kan tijdens de definitieve rechtspleging – fase waarin uitspraak wordt gedaan over schuld of onschuld - als sanctie vaststellen dat de uitgevoerde maatregel als sanctie volstaat of – in het geval van zeer ernstige feiten – beslissen tot een gesloten begeleiding in een gemeenschapsinstelling voor maximaal 7 jaar. Hiermee wordt een alternatief voor de uithandengeving geboden. De uithandengeving, waarbij een jongere, in heel uitzonderlijke omstandigheden, vanaf de leeftijd van 16 onder het volwassen strafrecht wordt beoordeeld, blijft behouden, maar de voorwaarden worden aangepast en strikter. Het aantal jongeren dat uit handen wordt gegeven zal evenwel door de nieuwe mogelijkheden die het nieuwe decreet biedt verder dalen. 

Ook in deze laatste fase kunnen voorwaarden aan de jongere opgelegd worden. De klemtoon ligt hierbij uitdrukkelijk op begeleiding van de jongere en zijn omgeving en op een werkzame, onderbouwde aanpak bijvoorbeeld door actief aan de slag te gaan met de jongere, de ouders en zijn omgeving,... Deze intensieve begeleiding kan ondersteund worden door innovatieve digitale tools zoals inbellen via smartphone, FaceTime en Skype. Voor de duidelijkheid we kiezen niet voor een systeem van enkelbanden zoals bij volwassenen. Wetenschappelijk onderzoek wijst immers uit dat dit niet werkt bij jongeren. We volgen ook het advies van de jongeren die in de voorbereiding van het decreet de effectiviteit van een enkelband betwijfelen.

Geestesstoornis
Nieuw is ook de mogelijkheid om een jongere die aan een geestesstoornis lijdt te plaatsen in een geschikte inrichting met het oog op gesloten zorg. Dit beantwoordt aan een reële nood voor een heel beperkte groep jongeren. Hiervoor zal met de federale overheid verder overleg gepleegd worden.

Ter ondersteuning van een sanctie of als modaliteit kunnen moderne technologieën ingezet worden die toezicht vanop afstand mogelijk maakt – altijd op voorwaarde dat de jongere ook begeleiding krijgt. Dit kan enkel in de definitieve rechtspleging

Jeugdhulp
De organisatie van de gesloten opvang voor diverse doelgroepen in Vlaanderen staat voor ingrijpende veranderingen. Zo is het ook de bedoeling dat jonge delictplegers in een gemeenschapsinstelling worden opgevangen in leefgroepen die uitsluitend voor delictplegers bedoeld zijn. Ze worden dus niet meer gemengd met jongeren in een verontrustende situatie (VOS).
De reactie op het delict staat het bieden van jeugdhulp niet in de weg. Jonge delictplegers kunnen, voor tijdens of na een reactie, begeleid worden door de jeugdhulp die apart maar complementair, een antwoord biedt op de hulpvraag.

Rechtswaarborgen: de reactie moet vooral duidelijk zijn voor jongeren zelf
Een belangrijke aanbeveling in de voorbereiding kwam van de jongeren zelf: de reactie op een jeugddelict moet voldoende duidelijk zijn.
Ten slotte is het belangrijk te vermelden dat er voldoende rechtswaarborgen voor de minderjarigen zijn verzekerd. We gaan uit van het vermoeden van onschuld. We begrenzen de duur en de mogelijkheden binnen de voorlopige fase en er is gegarandeerde bijstand door een advocaat in alle stadia van de procedure. We voorzien ook voldoende alternatieve voor vrijheidsberoving. Hiermee wordt ingezet op een herstelgerichte benadering en op de mogelijkheid van het positief project.

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “Het decreet jeugddelinquentierecht legt het accent op herstel en op kansen voor jongeren om zelf positieve alternatieven voor te stellen. We kunnen ook een snelle en kordate reactie opleggen aan jeugddelinquenten. Hiermee vormen we in Vlaanderen 50 jaar na het jeugdbeschermingsrecht om tot een helder en modern jeugddelinquentierecht.”

>> Het voorontwerp van decreet wordt voorgelegd aan de adviesorganen.

Tags: 
 

Volg mij ook via

Volg mij op Flickr

Agenda

donderdag, 21 september 2017
donderdag, 21 september 2017
donderdag, 21 september 2017