31 januari 2018

Dagprijzenbeleid Vlaamse woonzorgcentra gewikt en gewogen

 

De Vlaamse overheid heeft de voorbije jaren de transparantie van de dagprijs van de woonzorgcentra merkelijk verbeterd en ter beschikking gesteld van het brede publiek. De prijsmonitoring en prijscontrole blijft wenselijk en noodzakelijk om de stijging van de dagprijs voor de bewoners in bedwang te houden. Die dagprijs stijgt samen met de inflatie en de toenemende eisen voor de woonkwaliteit. Dat blijkt uit onderzoek op vraag van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen.

Sinds Vlaanderen in 2014 de bevoegdheid over de dagprijs van de federale overheid heeft overgenomen zijn er expliciete regels en controles voor verhogingen van de dagprijs. Het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA) en het Leuvens Instituut voor Gezondheidsbeleid (LIGB) van de KU Leuven hebben in opdracht van het agentschap Zorg en Gezondheid en onder leiding van prof. dr.  Jozef Pacolet het Vlaamse prijsmonitoring- en prijscontrolesysteem geëvalueerd.

Evaluatiestudie: prijsmeting en prijscontrole
De studie van het HIVA erkent dat de Vlaamse prijsmetingen van 2016 en 2017 voor het eerst betrouwbare en volledige data opleveren over de dagprijzen in woonzorgcentra. Toch is de studie erin geslaagd de evolutie van de dagprijs ook over een langere periode in te schatten. In de periode 1991-2000 zou de dagprijs elk jaar met 1% gestegen zijn bovenop de inflatie (reële stijging), in de periode 2000-2012 met 0,6%. De laatste jaren stelt de studie een sterkere verhoging van de dagprijs vast: in de periode 2012-2016 is de jaarlijkse reële prijsstijging 1,9%, in 2016-2017, de eerste volledig berekenbare reële stijging, wordt het 1,3% (exclusief inflatie).

De studie stelt dat prijsmonitoring en -controle wenselijk en noodzakelijk zijn en suggereert een aantal verbeterpunten, zoals uitbreiding van de prijscontroles naar nieuwe woongelegenheden en het systematisch opnemen van het aantal vierkante meter van de woongelegenheid als indicator voor een verbetering van de woonkwaliteit (grotere kamers, grotere leefruimten, aangepaste, modernere zorginfrastructuur,…) die een prijsverhoging kan motiveren.

De rendabiliteit van de woonzorgcentra bleek al in eerdere studies problematisch en ook de publieke financiering – zelfs al wordt die opgedreven – bleek nog onvoldoende. De Vlaamse reglementering maakt duidelijk welke prijsverhogingen mogelijk zijn, en die duidelijkheid wordt door de voorzieningen mogelijk gebruikt om een inhaalbeweging op de dagprijszetting te realiseren. Om het financieel evenwicht van de woonzorgcentra te waarborgen dient de prijsreglementering, als prijsregulator, echter samen te gaan met een betere financiering van de toenemende zorgzwaarte.

De toekenning van bijkomende rust- en verzorgingsbedden (RVT) door deze Vlaamse Regering komt daar op korte termijn aan tegemoet. Op langere termijn is met de goedkeuring van het decreet over de Vlaamse sociale bescherming de beslissing genomen om voor de ouderenzorg een persoonsvolgende financiering te realiseren op basis van de reële zorgzwaarte van de bewoners. Vanaf 2019 wordt de ouderenzorg opgenomen in die Vlaamse sociale bescherming en wordt de evolutie naar deze nieuwe financiering ingezet.

Prof. dr. Jozef Pacolet van het HIVA: “Er gaat veel publiek geld naar de woonzorgcentra. De dagprijs is belangrijk voor de bewoners. Daarom moeten we de evolutie ervan nauwkeurig monitoren en controleren. Ondanks de volgehouden stijging van de publieke financiering, stellen we vast dat de laatste jaren de dagprijs sneller stijgt dan in het verleden. Hoewel we dit met voorzichtigheid moeten benaderen: we stellen vast dat de gegevens van de gemiddelde dagprijzen in het verleden, vóór de staatshervorming, niet accuraat werden bijgehouden en op een andere wijze werden berekend. De overheid blijft ook de plicht hebben om een goed uitgebouwde sociale verzekering te voorzien voor het risico van de langdurige zorg, volgens de principes voorzien in de Vlaamse sociale bescherming.”

Viersporenstrategie om de betaalbaarheid van de woonzorgcentra te handhaven
De Vlaamse overheid voert een strategie op vier sporen om de financiële toegankelijkheid van de woonzorgcentra te sturen.

1.     Prijscontrole

De Vlaamse reglementering voorziet meerdere manieren van prijscontrole:
a.    een toegelaten jaarlijkse indexering,
b.    verplichte motivatie voor een prijswijziging van een bestaande dienstverlening met plafonds voor bestaande bewoners,
c.    verantwoorde prijszetting voor nieuwe woongelegenheden in bestaande voorzieningen,
d.    vrije prijszetting, enkel voor volledig nieuwe voorzieningen.

Deze regels zijn een explicitering van principes en mechanismen die al bestonden bij de federale overheid, maar toen meer impliciet gehanteerd werden.

2.    Infrastructuurforfait
Vorig jaar werd een bijkomend instrument ingevoerd in het dagprijzenbeleid voor nieuwe en vernieuwde woongelegenheden: het infrastructuurforfait. Vlaams minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen: “De studie van prof. dr. Pacolet bevestigt dat we ons dagprijzenbeleid voor de woonzorgcentra kunnen verderzetten: de prijs blijven meten, transparant maken en controleren. De studie bevestigt ook onze overtuiging dat controle niet ons enige instrument mag zijn om de ouderenzorg betaalbaar te houden. We voorzien vanaf dit jaar ook het infrastructuurforfait voor woonzorgcentra die bouwen of vernieuwbouwen. Voor 13.000 bewoners betekent dit op de factuur een korting van 150 euro per maand. In de prijsmonitoring 2018 gaan we dat effect al zien.”

3.    Vlaamse sociale bescherming: meer maatregelen voor betere betaalbaarheid
De Vlaamse sociale bescherming biedt de bewoners in de ouderenzorg ook:
a.    een maandelijks zorgbudget van 130 euro via de zorgverzekering
b.    een inkomens- en zorgzwaartegerelateerde tegemoetkoming hulp aan bejaarden van een 600 euro per maand
c.    en in 2019 de eerste stappen om de hele ouderenzorg op te nemen in de Vlaamse sociale bescherming, met het perspectief op een persoonsvolgende financiering die beter is afgestemd op de zorgzwaarte van de bewoner.

4.    Extra investeringen in zorgzwaarte
Daarnaast wordt de publieke financiering elk jaar opgedreven door te investeren in meer aanbod, meer personeel en betere financiering van de zwaardere zorgnood.

Meting van de dagprijzen per kamertype, regio en uitbatingsvorm
Hoeveel iemand betaalt voor een verblijf in een woonzorgcentrum, wordt uitgedrukt per dag: de dagprijs. In die dagprijs zijn een aantal kosten verplicht inbegrepen, zoals de woongelegenheid, de maaltijden en basiszorg (wat in de dagprijs precies begrepen is, vindt u op de website van Zorg en Gezondheid). Bovenop de dagprijs kan een woonzorgcentrum nog supplementen aanrekenen voor kosten zoals internet, medicatie of kapper.

Zorg en Gezondheid heeft bij de Vlaamse woonzorgcentra opgevraagd welke dagprijzen (exclusief supplementen) ze hanteerden op 1 mei 2017 en heeft daarmee de gewogen gemiddelde dagprijs berekend voor 803 woonzorgcentra. Dat is de gemiddelde prijs als je rekening houdt met hoeveel kamers er van elk type zijn. In 2016 deed Zorg en Gezondheid voor het eerst deze meting.

Gewogen gemiddelde dagprijs in woonzorgcentra per provincie op 1 mei 2017

Gewogen gemiddelde dagprijs in woonzorgcentra per provincie op 1 mei 2017

Gewogen gemiddelde dagprijs in woonzorgcentra per uitbating op 1 mei 2017
Wie in een Vlaams woonzorgcentrum verblijft, betaalde in 2017 daarvoor gemiddeld 56,3 euro per dag, supplementen niet inbegrepen. In 2016 was dat nog 54,60 euro. Het grootste deel van deze prijsstijging (+3,11%) valt te verklaren door de algemene stijging van de levensduurte of inflatie (+1.86%).

Gewogen gemiddelde dagprijs per type
*In deze categorie zijn ook woonzorgcentra opgenomen met vzw-statuut, maar behoren tot één van de zes grote commerciële groeperingen in Vlaanderen.

Dagprijzen per gemeente, per woonzorgcentra en voor verschillende kamertypes (eenpersoonskamers etc.) vindt u op de website van Zorg en Gezondheid.

Joris Moonens, woordvoerder Zorg en Gezondheid: “De stijging van de dagprijzen valt voor meer dan de helft te verklaren door de algemene stijging van de levensduurte of inflatie. We kenden een inflatie van +1,86%. De rest van de stijging valt te verklaren door de hogere dagprijzen in nieuwe of verbouwde woongelegenheden. Tussen deze meting en de vorige zijn er meer dan 2.400 nieuwe woongelegenheden bijgekomen in volledig nieuwe woonzorgcentra of bij uitbreidingen. In een volledig nieuwe voorziening is de goedgekeurde dagprijs gemiddeld hoger. De dagprijs neemt toe in bestaande voorzieningen door investeringen in renovaties, vervangingsnieuwbouw en capaciteitsuitbreiding. Tegenover een prijsstijging staat bijna altijd een investering in nieuwe en betere infrastructuur met meer woonoppervlakte en dus meer woonkwaliteit. We stellen ook vast dat de openbare en sommige social profit woonzorgcentra soms nog een lage dagprijs hadden en nu evolueren naar meer marktconforme prijzen. Ze blijven gemiddeld goedkoper dan de for profit woonzorgcentra.”

>> De volledige studie en een samenvatting vindt u ook op de website van Zorg en Gezondheid.

 

Volg mij ook via

Volg mij op Flickr

Agenda

dinsdag, 24 april 2018
woensdag, 25 april 2018